Terry Pratchett, "Mort" (1987)

Ooit -- we hebben het dan over de periode dat ik rond de vijftien à zestien jaar oud was, schat ik -- was ik een ontzettend fan van Terry Pratchett. Op vakantie in Engeland liep ik twee keer per week een boekhandel binnen om mijn zakgeld uit te geven aan nog een Pratchett, aangezien ik de aankoop van een paar dagen eerder al weer uit had. Zijn humor vond ik heerlijk, dat spreekt voor zich. Maar het was meer dan dat.

Michael Moorcock, "The Golden Barge" (1958/1979)

The Golden Barge is een jeudgwerk van de redelijk succesvolle fantasyschrijver Michael Moorcock (1939). Hoewel het in 1958 is geschreven, werd het pas veel later, in 1979, gepubliceerd in een mooie uitgave met glimmende kaft en een voorwoord van M. John Harrison.

Agatha Christie, "One, Two, Buckle My Shoe" (1940)

De allereerste Engelse boeken die ik ooit las, afgezien van boekjes speciaal voor het leren van Engels, waren een aantal van de detectiveverhalen van Agatha Christie. Qua taal zijn ze niet moeilijk en ook de verhalen zelf zijn gemakkelijk te begrijpen, met heldere typetjes en een rechttoe rechtaan detective-plot.

Angst

Deze column werd op 31 oktober 2014 uitgesproken bij Naturalis After Dark.

De angst heeft vele gezichten, gezichten die zo van elkaar kunnen verschillen dat het moeilijk te begrijpen is dat ze toebehoren aan een en hetzelfde gedrocht. Er bestaat een angst om opgesloten te zijn, om vast te zitten in een leven waarin alles gedetermineerd is en niets meer veranderd kan worden; maar er bestaat evengoed een angst voor de vrijheid en de verschrikkelijke verantwoordelijkheid het leven zelf vorm te geven. De een ervaart angst voor het leven, de ander besterft het wanneer hij denkt aan de dood; vrees voor eenzaamheid en vrees voor intimiteit gaan vaak hand in hand; en we kunnen zowel bang zijn voor stilstand als voor verandering, voor anderen als voor onszelf. Alles, zo lijkt het, werkelijk alles kan ons angst inboezemen, en voor wie getroffen wordt door paniekaanvallen kan het meest beangstigende zelfs de angst zelf zijn.

Dimitri Verhulst, "De zomer hou je ook niet tegen" (2015)

In zijn boekenweekgeschenk neemt Dimitri Verhulst een zeer groot risico: hij laat het hele verhaal vertellen door een hoofdpersoon die een heel specifieke wijze van uitdrukken heeft, een wijze van uitdrukken die hem weliswaar definieert, maar die ook buitengewoon irritant is. De hoofdpersoon, Pierre, is namelijk iemand die voortdurend grappig en origineel probeert te zijn, maar daarbij gebruik maakt van een scala aan trucjes en ongetwijfeld vooraf bedachte frases waar je al binnen een pagina een beetje misselijk van wordt.

Water

Een column uitgesproken op 4 juni 2015 bij Naturalis After Dark


“Alles is water,” zei Thales van Milete omstreeks 500 voor Christus. Daarmee deed hij voor het eerst in het Westerse denken een poging om de ongelooflijke rijkheid van de natuur terug te brengen tot één enkel oerprincipe. Alles, maar dan ook echt alles, is water.

Gene Wolfe, "The Knight" (2004)

De schrijver van fantasy, meer dan de schrijver van enig ander soort literatuur, ziet zich geconfronteerd met de taak om het oude nieuw te maken. Immers, de ingrediënten waarmee hij werkt zijn genres en motieven die al duizenden jaren onze verbeelding beheersen -- qua genres het epos, de mythe, het sprookje; qua motieven de queeste, de held, de confrontatie met het monster, de relatie tussen het magische en het werkelijke. Wie fantasy schrijft duikt per definitie diep in de geschiedenis van de literatuur, van de mensheid, wellicht van de menselijke psyche zelf.

F. Scott Fitzgerald, "The Great Gatsby" (1925)

Het ligt voor de hand om The Great Gatsby te lezen als een commentaar op de American dream. Het levensverhaal van Gatsby is een wel heel curieuze en schrijnende versie van het traditionele "rags-to-richess" en bovendien is hij de dromer par excellence. Net zoals de man in het verhaal van Borges besluit Gatsby, eigenlijk James Gatz, een man te dromen -- namelijk Jay Gatsby, een betere versie van zichzelf, een succesvolle en rijke man die zich mag verheugen in de eeuwige liefde van het rijke meisje Daisy dat ooit zijn hart heeft gestolen.

Ira Levin, "The Boys from Brazil" (1976)

Vermoedelijk is The Boys from Brazil een thriller, een genre waarvan ik weet dat het bestaat maar waarin ik werkelijk nooit iets lees. Behalve nu, dus. Mijn oog viel op het boek omdat ik de titel kende en bovendien ongeveer wist waar het over ging: een ontsnapte nazi-wetenschapper, dokter Mengele, die in Zuid-Amerika datgene doet wat iedere ontsnapte nazi-wetenschapper in Zuid-Amerika zou doen. Inderdaad: Hitler klonen.

Milan Kundera, "The Unbearable Lightness of Being" (1984)

Een roman die begint met een verhandeling over Nietzsches idee van de eeuwige wederkeer en vervolgens de vraag stelt wat beter is, lichtheid of zwaarheid, is een roman die mij als filosoof natuurlijk onmiddellijk aanspreekt. Niet dat het een werkelijk filosofische verhandeling is, als ik die term enigszins essentialistisch gebruiken mag; daarvoor zou de doordenking van Nietzsche te weinig grondig, te weinig systematisch zijn. Het is filosofie geïnjecteerd in een roman, maar dan binnen die roman als zodanig apart gezet en herkenbaar gehouden.

Syndicate content