Filosofie

Erich Fromm, "The Art of Loving" (1956), hoofdstukken 3 & 4

Chapter III: Love and Its Disintegration in Contemporary Western Society

Het derde hoofdstuk van The Art of Loving is het minst interessante, maar nog steeds vrij interessant. De titel van het hoofdstuk laat al zien dat Fromm niet positief gaat zijn: de moderne westerse samenleving heeft volgens hem het effect dat mensen minder capaciteit tot liefhebben krijgen. Dit heeft alles te maken met de vorm van het moderne kapitalisme, waarin vooral veel mensen nodig zijn die zonder al teveel individualiteit opgaan in grote organisaties.

Erich Fromm, "The Art of Loving" (1956), hoofdstuk 2 (deel 2)

Chapter II: The Theory of Love

      2. Love Between Parent and Child

In deze korte sectie maakt Fromm een onderscheid tussen moederliefde en vaderliefde. Moederliefde is onconditioneel: je hoeft er niets voor te doen. Daar staat tegenover dat je ook niets kán doen om deze liefde te krijgen. Vaderliefde is daarentegen conditioneel: er wordt van je gehouden indien je voldoet aan de verwachtigen, de regels, de wet. Gehoorzaamheid is noodzakelijk. Daar staat tegenover dat je deze liefde kan verdienen, en je dus een bepaalde mate van onafhankelijkheid hebt.

Erich Fromm, "The Art of Loving" (1956), hoofdstukken 1 & 2 (deel 1)

Als ik één boek aan mocht wijzen dat iedereen gelezen zou moeten hebben, dan was The Art of Loving een kandidaat die ik serieus zou overwegen. Zo'n boek zou over een onderwerp moeten handelen dat iedereen ten diepste aangaat. Welnu, dit boek gaat over liefde, en niets is belangrijker en universeler. Zo'n boek zou niet al te technisch en moeilijk moeten zijn. The Art of Loving is geschreven voor een breder publiek, hoewel het niet altijd gemakkelijk is.

Paul Tillich, "The Courage to Be" (1952), hoofdstuk 6

Hoofdstuk 6: Moed en transcendentie (de moed om te aanvaarden dat men aanvaard wordt)

Moed is zelfbeaming van het zijn ondanks het feit van het niet-zijn, en volgens Tillich betekent dit dat deze moed een kracht nodig heeft die die van het niet-zijn te boven gaat. (Uiteraard gebruikt hij de term kracht hier niet fysisch maar als analogie, zoals volgens hem alle ontologie analogie is.) Dit betekent dat de ware moed geworteld moet zijn in een zijnsangst die het eigen zelf en de eigen wereld te boven gaat.

Paul Tillich, "The Courage to Be" (1952), hoofdstukken 4 & 5

In de laatste drie hoofdstukken van zijn boek zal Tillich een ietwat Hegeliaanse procedure volgen. Eerst krijgen we een hoofdstuk over de moed deel te zijn van een geheel; dan een hoofdstuk over de moed onszelf te zijn; en vervolgens als synthese een hoofdstuk over hoe de limieten van de vorige twee worden getranscendeerd in de religieuze moed om te zijn. De menselijke zelfbeaming heeft namelijk twee kanten: de beaming van het zelf als een zelf; en de beaming van een wereld waar dat zelf toe behoort.

Paul Tillich, "The Courage to Be" (1952), hoofdstukken 2 & 3

Hoofdstuk 2: Zijn, niet-zijn en angst

Moed is zelfbeaming ondanks hetgeen erop gericht is het zelf te verhinderen zich te beamen. We zien dat hier het "niet-zijn" een rol speelt, en moeten ons afvragen hoe we dit lastige en duistere begrip kunnen begrijpen en wat de relatie van zijn en niet-zijn is. Ontologie kan altijd alleen maar door middel van beeldspraak en analogie, aldus Tillich, en daarom komt hij ook in dit geval met een beeldspraak:

Paul Tillich, "The Courage to Be" (1952), hoofdstuk 1

In dit relatief toegankelijke boekje gaat Paul Tillich met een combinatie van existentialistische filosofie, theologie en cultuurgeschiedenis het thema "moed" te lijf. De algemene structuur is als volgt. In het eerste hoofdstuk, Zijn en moed, wordt een historische inleiding over moed gegeven aan de hand van onder andere Plato, Thomas, de Stoa, Spinoza en Nietzsche. Het tweede hoofdstuk, Zijn, niet-zijn en angst geeft ons een ontologische analyse van angst, en daarmee tot op zekere hoogte van moed.

Olaf Stapledon, "Star Maker" (1937)

Ik houd van boeken die anders zijn dan andere boeken; en zelden zal je een boek lezen dat daar zo goed aan voldoet als Star Maker. Dat ik het heb ingedeeld in de categorieën "roman", "fantasy & SF", "filosofie" én "religie" is daar al een indicatie van. Het is het allemaal, en het is het allemaal niet. Maar laten we bij het begin beginnen.

Vrije wil en het borrelreductionisme

Het debat over vrije wil is uiterst complex. Maar veel ontkenners van de vrije wil die je tegenkomt in populair wetenschappelijke boeken, of rond de borreltafel, gebruiken een heel simpel argument dat erg overtuigend kan lijken voor wie er niet op is voorbereid. Laten we ons dus voorbereiden. Daarbij zullen we geen recht doen aan alle mogelijke argumenten tegen de vrije wil, maar we kunnen wel leren dit "borrelreductionisme" te weerleggen.

Martin Heidegger, "Sein und Zeit" (1927), §28-38

§28

Het is tijd voor de analyse van het in-zijn als zodanig. Heidegger legt ons eerst iets meer uit over de term "Dasein". Met dat "Da" bedoelt hij een Erschlossenheit, een ontslotenheid. Het Dasein is zijn ontslotenheid. Eerder had Heidegger gezegd dat Dasein het zijn is dat het in zijn zijn om dit zijn gaat; welnu, het zijn waar het het om gaat is zijn "Da" te zijn. Hoe zijn wij dan "Da"? In Befindlichkeit en Verstehen, die beide ontspringen uit de Rede. Deze zaken gaat Heidegger nu analyseren, waarbij we uiteraard ook veel te horen zullen krijgen over de alledaagse vormen ervan.

Syndicate content