Gisteren heb ik in Amsterdam bij De Slegte een vertaling op de kop getikt van een boekje van Ovidius waarin hij de kunst van de het liefhebben uit de doeken doet. Op een weinig verhullende wijze, zo bleek al uit een kort doorbladeren: nadat Ovidius heeft uitgelegd dat je vooral vriendjes met de dienstmeid van je proto-geliefde moet worden, omdat dat je erg bij de verovering zal helpen, behandelt hij de vraag of je die dienstmeid dan ook moet nemen. Zo zijn de Metamorphosen, die ik gelezen heb in de Engelse vertaling van Mary M. Innes, niet.
Wat het boek wel is, is een meer dan 300 pagina lange verzameling van zo'n beetje alle mythes die Ovidius kon vinden waarin op welke wijze dan ook een gedaanteverwisseling voorkomt, grofweg gerangschikt naar tijdsperiode waarin ze zouden spelen. Sommige van de mythes worden in enkele zinnen beschreven, andere in vele pagina's, maar wanneer het klaar is, is het klaar: er is geen overkoepelende verhaallijn. Het klinkt als een recept voor een literaire ramp, waarbij de ogen uit je kop rollen van verveling. Maar dat is het niet! Het simpele feit dat dit boek blijft boeien is een overtuigend bewijs van de genialiteit van Ovidius.