Aeschylos, "Oresteia"

Ik las de Oresteia voor het eerst in een vakantiehuisje in de buurt van Praag, vermoedelijk zittend op het minuscule balkon. In diezelfde vakantie las ik de Poëtica van Aristoteles, Misdaad en Straf van Dostojevski, en Contingency, Irony and Solidarity van Rorty. Het moet een geweldige leesperiode zijn geweest--wat ook kwam door het feit dat Stefan, Arnaud, Dirk-Jan en ik weinig anders deden dan in het huisje zitten lezen.

Ik weet niet of ik toen dezelfde vertaling las--toen had een vertaling, ik weet niet eens meer in welke taal, geleend van Lidewij, nu heb ik de vertaling van Philip Vellacott gevonden bij De Slegte--maar wat ik wel nog weet is wat ik ervan vond. Ik vond het slecht. Saai. Oninteressant. In niets te vergelijken met de twee stukken van Euripides die ik daarvoor had gelezen--Medea en De bacchanten.

Ditmaal vond ik het niet saai en slecht, hoewel ik ook niet de absoluut tegenovergestelde mening ben toegedaan. Het eerste deel, Agamemnon, is briljant; het tweede deel, Offerplengsters, bevat behoorlijke saaie en langdradige stukken, en kwam mij voor als veel minder aangrijpend dan Elektra van Sophokles; het derde deel, Eumeniden is als toneelstuk behoorlijk bizar, en daardoor interessant, maar lijkt me toch aan dramatische kracht te missen. (Maar laten we nooit te snel oordelen.)

Agamemnon verhaalt over de thuiskomst van Agamemnon, die zojuist Troje heeft vernietigd. Zijn vrouw Klytaemnestra--de belangrijkste persoon in het stuk, als het koor geen persoon is--wacht al tien jaar tot hij terugkomt... omdat ze bloedig wraak wil nemen. Aan het begin van zijn legertocht heeft Agamemnon namelijk hun dochter Iphigeneia geofferd, en Klytaemnestra is daar begrijpelijkerwijs nogal boos over. Samen met haar minnaar Aegisthos (die zelf ook een appeltje met de familie van Agamemnon te schillen heeft) beraamt ze zijn dood.

Als je één woord moest gebruiken om Agamemnon samen te vatten, dan was dat woord "doem". Vanaf vrijwel de eerste regels wordt er een ondraaglijke spanning opgebouwd: we zien de keten van zonde en haat ontrollen, en we voelen aan dat dit alleen maar heel slecht af kan lopen. Het koor, dat op zich pro-Agamemnon is, laat bijvoorbeeld helder merken dat de keuze van Agamemnon om zijn dochter te offeren een verschrikkelijke fout was:

Then he put on
The harness of Necessity.
The doubtful tempest of his soul
Veered, and his prayer was turned to blasphemy,
His offering to impiety.
Hence that repentance late and long
Which, since his madness passed, pays toll
For that one reckless wrong.
Shameless self-willed infatuation
Emboldens men to dare damnation,
And starts the wheels of doom which roll
Relentless to their piteous goal.

"Repentance" komt te laat, en kan dan nog onmogelijk de bloedschuld ongedaan maken; de schuldige is dan gedoemd om onder de wielen van het lot vermorzeld te worden, wielen die op geen enkele manier gestopt kunnen worden. Dat is de morele metafysica van Agamemnon, en het is een beangstigende metafysica die Aeschylos op geniale wijze verbeeld. Zo wordt Iphigeneia voorafgaand aan het offer gekneveld, "lest Atreus' house be cursed by some ill-omened cry." Alsof die knevel gaat helpen!

Klytaemnestra verschijnt ten tonele en vertelt het koor dat Agamemnon naar huis gaat komen, omdat Troje is gevallen. Het koor beschrijft dan hoe Paris zijn verdiende loon heeft gekregen, maar wij weten natuurlijk maar al te goed dat hun woorden net zo goed voor iemand anders zullen gelden--zoals trouwens dit hele stuk vol zit met tragische ironie. Voor de zondaar geldt:

Then every cure renews despair;
A boy chasing a bird on wing,
He on his race and soil must bring
A deeper doom than flesh can bear;
The gods are deaf to every prayer;
If pity lights a human eye,
Pity by Justice's law must share
The sinner's guilt, and with the sinner die.

Er volgt een geweldige scene waarin Klytaemnestra Agamemnon tot een daad van hubris weet over te halen--wat haar een schelle kreet van victorie ontlokt--, en een lange scene waarin Cassandra (als slavin door Agamemnon meegevoerd) met haar profetische gaven ziet dat zij en Agamemnon zullen sterven. Het koor hoort dat allemaal en begrijpt best wat er aan de hand is, maar wil het niet geloven. Dan wordt Cassandra het huis is gevoerd, en korte momenten later liggen zij en Agamemnon doorstoken in een badkuip. Klytaemnestra toont haar daad door de paleisdeuren wijd open te gooien... en de doem is geschied.

Maar nog lang niet afgelopen, want bloed roept om meer bloed, en elke wraakactie lokt een nieuwe wraakactie uit. Dat is het algemene thema van de Oresteia, het probleem van de bloedwraak. In het tweede deel wordt Orestes, zoon van Agamemnon en Klytaemnestra, door Apollo gedwongen om zijn vader te wreken door zijn moeder te doden; in het derde deel zal Athene de rechtspraak instellen om de oneindige cyclus van geweld te stoppen. (Girard lust hier zeker wel pap van?)

Dat tweede deel is eerlijk gezegd nogal saai. Orestes, Elektra en het koor staan het halve stuk lang te bidden of de goden hen willen helpen bij het uitvoeren van de wraak, en dan is de daadwerkelijk wraak zo afgelopen. Niet erg boeiend, behalve dat het einde--waarin Orestes ineens de Furieën (of de Euminiden) over zich heen krijgt wel indrukwekkend is en de boodschap er goed inhamert.

Het derde deel is, zoals gezegd, nogal bizar. Apollo en de Euminiden gaan voor een rechtbank beargumenteren dat Orestes niet respectievelijk wel gestraft dient te worden voor de moord op zijn moeder. De argumenten van Apollo zijn minstens zo slecht als die van de Euminiden, en het verbaast dan ook niet dat de stemming 6-6 eindigt... maar Athene heeft verklaard dat zij in het geval van een gelijkspel voor vrijspraak zal kiezen. Om de Euminiden gunstig te stemmen krijgen zij een mooie woonplaats in Athene, waarna iedereen blij is.

Ontzettend interessant als metafoor voor en mythische geschiedenis van de rechtspraak, maar als toneelstuk minder indrukwekkend.