Dit is een waanzinnig stuk. Helemaal in het begin wordt Prometheus aan een rots geketend omdat hij Zeus woedend heeft gemaakt, en daar komt hij vervolgens ook nooit meer vanaf. We krijgen vooral, in soms zelfs in vertaling (van Philip Vellacot) geniale poëzie, te horen wat Prometheus dan precies gedaan heeft; hoe hij wraak gaat nemen op Zeus; en hoe hij nog veel erger door Zeus gestraft gaat worden. Daarnaast komt Io nog een keer langs, om te vertellen welke martelingen ze wel niet allemaal heeft moeten doorstaan door toedoen van Zeus. Het geheel vormt een ongekend felle aanklacht aan het adres van de tirannieke oppergod. (Dit zal ongetwijfeld in de twee latere delen van de trilogie ietwat zijn verzacht, maar die hebben we niet.)
Het eerste debat is tussen Kracht en Hephaistos. De laatste vindt het niet zo leuk dat hij zijn oude vriend Prometheus moet vastketenen, maar Kracht snapt daar niets van -- Zeus is de baas, en dus doe je wat Zeus opdraagt.
HEPHAESTUS: I hate my craft, I hate the skill of my own hands.
STRENGTH: Why do you hate it? Take the simple view: your craft
Is not to blame for what must be inflicted now.
Dat is dus niet het soort redenering dat Prometheus, als die eenmaal weer bij zinnen komt, zal hanteren. In de wereldliteratuur is er wellicht geen karakter dat minder geneigd is te buigen voor kracht dan hij; zelfs Miltons Satan doet in dit opzicht voor hem onder. Hij is boos, heel boos, op Zeus, en dat steekt hij niet onder stoelen of banken:
That was the help I gave the king of the gods; and this
Is my reward -- this is his black ingratitude.
To look on all friends with suspicion -- this disease
Would seem to be inherent in a tyrant's soul.
Prometheus doet ons uit de doeken dat hij gestraft wordt omdat hij de mensheid heeft geholpen, onder andere door hen "blind hopefulness" te geven zodat ze hun eigen dood niet langer zouden voorzien. (Nietzsches these over het Griekse pessimisme lijkt erg waar te zijn.) Ook heeft hij hen alle kunsten en wetenschappen geleerd, waardoor ze pas in staat waren iets te zien, te horen, te begrijpen van de wereld. En het vuur, natuurlijk, dat heeft hij hen ook gegeven.
Ondertussen komt Oceanus langs, die Prometheus vertelt dat hij het beter rustig aan kan doen:
... but your plight is the inescapable
Reward, Prometheus, of a too proud-speaking tongue.
You will still not be humble, will not yield to pain;
You mean to add new sufferings to those you have.
Uiteraard luistert Prometheus niet, zoals we later nog zullen zien. Maar hij heeft daar een reden voor, en dat is dat in de voor ons post-monotheïsten zo vreemde theologie van de Grieken het mogelijk is dat: (1) Zeus zijn macht heeft gekregen door met bruut geweld iemand anders van de troon te stoten; (2) in de toekomst hij ook weer van zijn troon gestoten kan worden. Sterker nog, Prometheus is de enige die weet dat (2) zal gebeuren tenzij Zeus iets nalaat te doen, en hij weet dat Zeus hem ooit zal moeten bevrijden wil hij die kennis krijgen. Die zekerheid, dat hij Zeus hem ooit nodig zal hebben, stelt hem in staat om zich niet over te geven.
Hij vertelt dit aan Io, en Zeus stuurt natuurlijk meteen Hermes om erachter te komen wat het geheim van Prometheus is. Maar nu ontpopt Prometheus zich als een broeder van Miltons Satan. "Bow! Pray! As always, fawn upon the powerful hand!" Nee hoor, als Hermes hem aanspoort zijn geheim te onthullen spot Prometheus alleen met hem:
This underling of gods makes a high-sounding speech
Crammed with importance. -- You and all your crew are yong;
So is your power; and you imagine that you hold
An unassailable citadel. But I have seen
Two dynasties already hurled from those same heights;
And I shall see the third, today's king, fall to earth
More shamefully than his precursors, and more soon.
Do you think I quake and cower before these upstart gods?
Nee, Prometheus "would not change [his] painful plight, on any terms, for [Hermes'] servile humility"; zoals Satan zal zeggen, "to reign is worth ambition, though in Hell". Al is Prometheus niet echt aan het regeren, en is hij dus in zekere zin een nog radicalere vrijheidsstrijder dan Satan.
Het stuk eindigt met een aantal speeches waarin Prometheus zijn heroïsche en tegelijkertijd bizarre verzet tot apocalyptische retoriek omzet:
Let scorching flames be flung from heaven; let the whole earth
With white-winged snowstorms, subterranean thunderings,
Heave and convulse: nothing will force me to reveal
By whose hand Fate shall hurl Zeus from his tyranny.
[...]
Let him lift me high and hurl me to black Tartarus
On ruthless floods of irresistible doom:
I am one whom he cannot kill.
Immers, "this empyreal substance cannot fail", nietwaar?
Een dramatische ontwikkeling zit er niet echt in, maar het stuk is kort, en een krachtiger en dreigender portret van de onverzettelijkheid is er wellicht niet. Dit is goed, maar niet zo goed als Agamemnon.