Euripides, "Medea" (431 vC)

Ooit heb ik een schoolonderzoek gedaan over Medea, dus dit is zonder meer de eerste klassieke tragedie waarmee ik kennis heb gemaakt. Ditmaal ben ik echter niet zo ambitieus geweest het Grieks erbij te pakken: Philip Vellacott heeft dat voor mij gedaan en er een lekker lopende Engelse vertaling van gemaakt.

Erg goed te begrijpen, overigens, dat juist Medea werd uitgekozen voor de middelbare school. Het verhaal is simpel en vol krachtige emoties die je direct mee kan voelen. De Bacchanten is beter, uiteindelijk misschien ook aangrijpender, maar de emoties die daar spelen zijn veel ingewikkelder, meer metafysisch, en sowieso minder toegankelijk voor ons doordat ze sterk verweven zijn met een voor ons vreemde religie.

Dan Medea. De sluwe zet van Euripides is om ons eerst veel sympathie voor zijn hoofdpersoon te laten voelen. We krijgen eerst uit de monden van anderen te horen dat Jason haar in de steek heeft gelaten om zijn eigen positie te verbeteren. Voordat Medea het toneel betreedt weten we dus al dat haar klachten terecht gaan zijn. Dan komt ze het toneel op, vol verdriet en woede, en wij begrijpen dat, voelen met haar mee, en willen dat iemand die Jason eens een lesje leert. Tegelijkertijd voorvoelen we dat in Medea zelf destructieve krachten huizen waar we het liefst verre van zouden blijven.

De echt sluwe zet van Euripides komt echter nu pas: hij voert Creon ten tonele, die Medea komt vertellen dat ze verbannen wordt. Insult to injury! Vonden we eerder al dat Medea onheus werd bejegend, nu verdubbelt zich dat gevoel -- veel meer dan wanneer we meteen al te horen hadden gekregen dat zij ook verbannen zou worden. Hoewel we misschien niet direct overlopen van sympathie voor de gewelddadige hoofdpersoon, is het erg lastig om niet op dit moment te zinnen op wraak: hoe durven ze dit te doen? Hoe kunnen ze bestraft worden? Als daarna de schijnheilige blaaskaak Jason op het toneel verschijnt, die zowel Medea als ons razend maakt met zijn neerbuigende rationalisaties, en we de fysieke neiging voelen hem op zijn neus te slaan -- dan heeft Euripides ons precies waar hij ons wil hebben. We hebben zelf de kracht van de wraaklust gevoeld, en we moeten de pijnlijke ontknoping met een schuldig gemoed aanschouwen.

In de tussentijd komen we veel interessante gedachten en mooie poëzie tegen. Beroemd is natuurlijk de meditatie op de positie van de vrouw die door het hele stuk heenloopt. Zo zijn er de bekende regels:

... And, they tell us, we at home
Live free from danger, they go out to battle: fools!
I'd rather stand three times in the front line than bear
One child. (p. 25.)

Je hebt de speech van Jason, waarin hij de vrouwen als de bron van alle ongeluk aanwijst. (En al die opmerkingen maakt waarvoor iedereen hem haat, zoals: "You no doubt hate me: but I could never bear ill-will to you." En nog duizend maal erger: "I admit, you have intelligence; but, to recount how helpless passion drove you then to save my life would be invidious; and I will not stress the point." Op z'n neus!) Maar het mooiste zijn eigenlijk wel de uitspraken van Medea waaruit blijkt dat zij zich in feite perfect houdt aan de erecode van he oude Griekenland... behalve dan dat die niet voor vrouwen bedoeld was.

Yes, I can endure guilt, however horrible;
The laughter of my enemies I will not endure. (p. 41)

(Is er een betere samenvatting van het verschil tussen een schaamte-cultuur en een zonde-cultuur?)

I am of a different kind: dangerous to my enemies,
Loyal to my friends. To such a life glory belongs. (p. 42)

Het is opvallend dat het koor hier geen raad mee weet. Ze hebben geen enkel argument waarom Medea haar wraak niet zou moeten uitvoeren; maar kunnen niets anders dan claimen dat ze er vanaf moet zien omdat ze het toch niet zal kunnen. Nergens in het stuk geeft Euripides ons morele werktuigen in handen waarmee Medea van haar wraak afgehouden zou kunnen worden. In tegendeel, het lijkt alsof de goden zelf aan haar kant staan. Tegelijkertijd kunnen wij als toeschouwers onmogelijk haar daden goedkeuren. Euripides lijkt ons vooral ongemakkelijk te willen maken; ik weet niet hoe de trilogie afliep, maar hier zijn we nog erg ver van katharsis verwijderd.

Wil ik afsluiten met twee citaten. De eerste omdat het een mooi stuk poëzie is:

That you must do is fearful, yet inevitable.
Why wait, then? My accursed hand, come, take the sword;
Take it, and forward to your frontier of despair.
No cowardice, no tender memories; forget
That you once loved them, that of your body they were born.
For one short day forget your children; afterwards
Weep: though you kill them, they were your beloved sons.
Life has been cruel to me. (p. 55)

De tweede omdat het een prachtige samenvatting is van de duivel van de wraakzucht en de jaloezie:

JASON: You suffer too; my loss is your no less.
MEDEA: It is true;
But my pain's a fair price, to take away your smile. (p. 59)

Dat, vrienden, is de mensheid op haar slechtst.