Afgezien van de voor hand liggende ambitie om de hele Westerse canon te lezen, heb ik zo nu en dan ook de behoefte op zoek te gaan naar vergeten fantasy meesterwerken. Jog Rummage (1974) van Grahame Wright is fantasy en ontzettend vergeten, het is alleen geen meesterwerk. Maar Meatloaf vertelde ons al dat "two out of three ain't bad", en dat laatste geldt ook voor dit boek--it ain't bad. Heel wat dingen die nog wel herinnerd worden waren betere kandidaten voor de vergetelheid.
Maar voordat ik iets over het boek zeg wil ik iets zeggen over de manier waarop het ooit in de markt is gezet. De voorkant van het boek schreeuwt: "The new masterpiece of fantasy that critics have compared to TOLKIEN". De achterkant vertelt ons dat Jogs "quirky, kindly, intelligent creatures" zijn die samen met de ratten "united against a common enemy" besloten hebben om "the terrifying Shadow and its minion Swoops" een lesje te leren. Een citaat uit een review in Cosmopolitan (van alle mogelijke bronnen) vertelt ons dat: "for those who liked Tolkien, this may well be another treat".
Jog Rummage heeft niets, maar dan ook niets, met Tolkien te maken. Echt helemaal niets. Jogs hebben ook niets met hobbits te maken, en hoewel Rummage "quirky, kindly, intelligent" is, is het waanzin om dit over zijn hele volk te zeggen. En dat verhaal over die "common enemy" en het een lesje leren is een bizarre interpretatie van wat gebracht wordt als een hoopvolle tocht van zelfontwikkeling die eindigt in (voor de verschillende personen) heroïsche dood, prozaïsche verlossing en cynisch opportunisme. Waarom heeft de uitgever geprobeerd om een boek dat absoluut geen Tolkieniaans epos is als zodanig te verkopen? De lezer die werkelijk een Tolkien-kloon wil kopen zal het boek gefrustreerd weggooien, en de lezer die dat niet wil wordt juist afgeschrikt. Onbegrijpelijk.
Het boek speelt zich af in twee werelden, die overigens blijken te overlappen. De eerste is de duistere wereld van Jogs, Rats en Swoops. De ratten en de jogs zijn in een staat van quasi-oorlog, aangezien de ratten steeds alles jatten wat de jogs uit hun mijnen naar boven weten te halen. Dan vinden de jogs iets heel speciaals, een Smelly Sticky Black Wet Stuff, die ze in een gevecht tegen de ratten in de fik steken met verblindende gevolgen. Het resultaat is dat de twee volken tot een soort spirituele bezinning komen, vrede sluiten in een utopische "New Existence", en besluiten samen een weg te bouwen naar de grote ster en de geheimen van de Schaduw te onthullen. Hoe verder dit project vordert, hoe meer men gedemotiveerd raakt, totdat alleen Rummage en twee anderen nog doorgaan. Na veel ontberingen ontdekken zij... het Paradijs! Maar uit het Paradijs komt een gigantisch monster hen tegemoet, en ze vluchten zo snel mogelijk weer weg.
De tweede wereld is een moderne stad, waarin wij de avonturen volgen van een kreupel meisje, haar kreupele vader, een drugs-gebruikende krantenverkoper, een racistische ex-gedetineerde bouwvakker, en zo nog wat figuren. We krijgen diefstal, vernedering en dodelijke auto-ongelukken over ons heen, maar het belangrijkste verhaal is dat van het meisje dat een stelsel van vergeten kelders in kruipt om het verleden van haar vader te ontdekken. Uiteraard zijn deze vergeten kelders de wereld van de jogs en de ratten en is zij zelf het monster dat uit het Paradijs (de buitenwereld) komt. Daar zijn we in dit tweede deel van het boek echter nog niet echt mee bezig; veeleer zijn het de ontdekkingen van het meisje en daarna haar redding die de aandacht opeisen.
Dan gaan we iets terug in de tijd en terug naar Jog Rummage. In de rattensamenleving en in de jogsamenleving is de New Existence min of meer vergeten; Rummage en zijn gezellen worden gezien als onzinnige dromers; en wanneer zij terugkeren om te waarschuwen voor de komst van het monster wordt er geen seconde acht op hen geslagen. De ratten en de jogs zijn veel te druk bezig met onderling ruzie maken. Als het monster komt zien we fatale heldhaftigheid (die we al zagen aankomen, omdat alle interactie met het monster al uit een ander perspectief is beschreven), spirituele blindheid, en uiteindelijk volgen we Rummage op zijn tocht naar buiten. Er gebeuren nog wat nare dingen, en "those remaining were left to perish in total darkness". Doet dit ons denken aan Tolkiens eucatastrophe? Nee.
Gebeurtenissen beschrijven uit het perspectief van zowel dieren als mensen klinkt natuurlijk als een recept voor het ergste soort literatuur. Grahame Wright weet echter de meeste valkuilen te vermijden--het boek wordt nooit sentimenteel, en voor zover de spirituele ideeën van de dieren als onwaar worden onthuld lijkt me dit de bedoeling van de auteur, en wordt "onwaar" nooit echt "onbetekenend", "onbelangrijk" of "onwaardig". Toch werkt de opzet niet helemaal; de link tussen de twee werelden is heel direct, maar tegelijkertijd verschillen ze te veel qua toon en interpretatie, waardoor er spanningen ontstaan die in beide afzonderlijke verhalen meer verstoren dan opbouwen.
Daarnaast is Wright in het algemeen als schrijver nog niet goed genoeg om onze emotie en spiritualiteit daar waar het nodig is aan te spreken. Veel aan het boek is goed, weinig is slecht, maar de vonk mist.
Aangezien dit Wrights eerste boek was, ben je geneigd te zeggen dat hij veelbelovend begon. Jog Rummage is nog geen meesterwerk, maar wel een stuk waarmee hij gezel in het gilde kan worden. Alleen, als het zo is dat Grahame Wright veelbelovend begon, dan is het ook zo dat hij veelbelovend eindigde, want voor zover bekend is dit zijn enige boek. En dat is, ja, toch wel jammer.