Homeros, "Ilias"

Wanneer je een boek leest en daar niets over opschrijft, onthoud je er weinig van. Dat is althans mijn ervaring. "Dat was nog eens een goed boek!", denk je bij jezelf - maar behalve een paar vage algemeenheden weet je niet eens meer wat er goed aan was, en zelfs het plot is in je hoofd vervaagd tot twee of drie markante gebeurtenissen. Daarom wil ik vanaf nu van alle goede boeken die ik gelezen heb iets opschrijven, iets over wat me opviel, wat het goed maakte, welke scenes zeker in mijn herinnering moeten blijven. Aangezien je goede boeken niet kan spoilen (Hamlet gaat dood op het einde!) kan je alles hier rustig lezen.

Het eerste boek waar ik over wil schrijven is de Ilias. Drie jaar geleden had ik die meegenomen op vakantie, en ik was toen in boek 5 blijven steken--van de 24. Ik vond het ongelooflijk saai, een aaneenschakeling van vechtscenes die vooral bestaan uit het opnoemen van namen, en met karakters die strikt genomen niets besluiten, omdat ze steeds gedwongen worden dingen te doen door de goden.

Nu ben ik er in drie dagen doorheen gelezen, en ik vraag me af hoe ik het ooit saai heb kunnen vinden.

Toegegeven, de scheepscatalogus in boek 2 is niet erg interessant. Homeros gaat daar precies vertellen welke helden met hoeveel schepen uit welke streken van Griekenland zijn gekomen--ongetwijfeld erg leuk als oude Griek, wanneer je je eigen stad voorbij hoort komen, maar verder kan je er maar beter snel doorheen lezen. En, ook toegegeven, er zijn veel vechtscenes, en daar zit wel enige herhaling in.

Je moet je dat vechten ongeveer als volgt voorstellen. Held A komt held B tegen; Homeros vertelt van allebei wie ze zijn, dat wil zeggen, wie hun ouders zijn en waar ze vandaan komen; vervolgens werpen ze lansen naar elkaar; en dan gaat er meestal één gruwelijk dood, wat veel eer aan de ander geeft. Maar dat is pas het begin, want nu gaat het er nog om de wapenrusting van het lijk te roven, wat de overwinnaar dus probeert terwijl de krijgsmakkers van de gestorvene dat proberen te verhinderen. Uiteraard vallen daarbij vaak weer opnieuw doden, zodat het proces in gang blijft.

Voeg daaraan toe dat je enkele zeer sterke helden hebt die iedereen kunnen verslaan, en als het een keer verkeerd gaat gered worden door de goden, en je hebt iets dat heel bizar is. Ik meende dat ik nog nooit iets dergelijks gelezen had. Tot ik me opeens besefte dat de vechtscenes in de Ilias precies een RPG zijn! Je hebt helden met veel experience, die allerlei tegenstanders afslachten en dan onmiddellijk het lijk uitkleden om de loot mee naar huis te kunnen nemen. Hoe meer vijanden je doodt, hoe meer eer je behaalt--dat wil zeggen, hoe meer experience je krijgt, en hoe sterker je dus wordt. Gaat het fout, dan gebruik je een scroll of town portal. Homeros hoef je daar niets over te leren.

Natuurlijk is de Ilias niet alleen maar één grote vechtscene. (Welbeschouwd is het zelfs een zeer rijk boek, met allerlei verschillende gebeurtenissen erin, maar daarover later meer. ) Het plot is als volgt:

De Grieken belegeren Troje al negen jaar, wanneer Agamemnon door koppigheid de toorn van Apollo over zich uitroept--hij weigert namelijk een meisje dat hij als krijgsbuit heeft gekregen terug te geven aan haar vader, die een priester van Apollo is. De toorn van een god is niet gezellig, en de Grieken gaan massaal dood aan de pest. Agamemnon begrijpt dat het meisje toch teruggegeven moet worden, maar zie hier het probleem: krijgsbuit = eer, en het kan natuurlijk niet zo zijn dat de grote koning van de Grieken zonder eer blijft zitten. Dus besluit hij Achilles, die een grote mond naar hem heeft, zijn meisje af te pakken om zich schadeloos te stellen. (Boek 1.)

Aldus geschiedt, maar Achilles is hier uiteraard niet blij mee. Wrokkend zit hij neer in het kamp en weigert verder nog te vechten. Zeus, die hem gunstig gezind is, zorgt ervoor dat de Trojanen winnen zolang Achilles niet meer vecht--en hoe dan ook is Achilles de sterkste der Grieken. Op een gegeven moment gaat het zo slecht dat Agamemnon berouw krijgt, en Achilles zijn meisje en nog veel meer geschenken aanbiedt als hij zijn wrok maar laat varen. Achilles echter weigert. (Boek 2 - 9.)

Na veel gebeurtenissen (boek 10 - 17) gaat het zo slecht met de Grieken dat Patroklos, de vriend van Achilles, deze zover weet te krijgen dat hij, Patroklos, in de wapenrusting van Achilles en met zijn leger zich in de strijd mag mengen. Achilles drukt hem wel op het hart snel terug te keren, en niet de Trojanen naar hun stad te achtervolgen. Luistert Patroklos? Welnee! En dus sterft hij onder de handen van Hektor, de beste held van de Trojanen.

Nu gaat Achilles totaal door het lint. Hij weent tranen met tuiten, laat zijn wrok varen, slacht Hektor gruwelijk af, sleurt het lijk achter zijn wagen mee, en weigert het aan de oude vader van Hektor, koning Priamos, terug te geven--in plaats daarvan zal het tot prooi worden van honden en vogels. Uiteindelijk beveelt Zeus hem echter het lijk toch terug te geven, en Achilles stemt in. (Boek 18-24.)

In de beperking toont zich de meester. Laat het ons opvallen dat het beroemdste epos uit onze traditie niet alleen slechts één belegering omvat, maar van die belegering nog maar een heel klein gedeelte. Troje wordt niet veroverd--dat duurt nog een jaar langer. Achilles, om wie alles draait, gaat niet dood, ook al hebben we al vanaf het begin gehoord dat het zijn noodlot is bij Troje te sterven. Het verhaal is dat van de wrok van Achilles, en hoe die transformeert tot toorn en uiteindelijk wegebt; al het wapengekletter is slechts een achtergrond waartegen dit verhaal verteld wordt. Hoeveel schrijvers van epische fantasy zouden hier niet iets van kunnen leren!

Wat maakt de Ilias zo goed? Ten eerste is er de pulserende melodie van de strijd, die op en neer golft, en waarin een groot scala aan helden en goden het tegen elkaar opnemen. Hoewel er hier wel degelijk sprake is van herhaling, weet Homeros zijn lied van speren, spuitende hersenen, hoogmoedige toespraken die al dan niet voor de val komen, plotselinge reddingen, strijd om lijken, intriges tussen de goden, en helden die nu eens bang worden, dan weer dapper zijn, en elkaar constant moed proberen in te praten verbazingwekkend lang interessant te houden.

Dat heeft zeker te maken met het tweede, de heerlijke schrijfstijl. Het Griekse vers is vermoedelijk nog veel mooier, maar ook de proza-vertaling van M. A. Schwartz die ik las mag er zijn.

Toen liet Achilles zijn toorn niet varen; hij keerde opnieuw zich tot Atreus' zoon met bitter woorden: "Gij slaaf van de wijn, met de blik van een hond en het hart van een hinde! Met het krijgsvolk u in het harnas te steken of in een hinderlaag u te leggen met de dapperste Grieken, daartoe mist ge de durf in uw hart; daarvoor zijt ge zo bang als de dood. Zeker, heel wat plezieriger is het binnen het brede kamp te blijven en al wie u tegenspreekt van zijn eergeschenk te beroven: een koning, die leeft op de kosten van 't volk! Omdat ge regeert over lafaards; anders was dit uw laatste daad van hoon en geweld."

Slaaf van de wijn, dat houden we erin. Of hier, een willekeurig stukje uit een gevecht.

Aias sprong op de Trojanen toe en doodde Doryklos, Priamos' bastaardzoon; hij wondde Pandokos en Lysander, Pyrasos en Pylartes. Zoals in de winter een wassende stroom zich van de bergen stort naar de vlakte, gezwollen door de regen van Zeus--veel dorre eiken en pijnen voert hij mee, veel slib werpt hij in zee--zo joeg toen de schitterende Aias hen voor zich uit door de vlakte, vernietigend paarden en mannen.

Dat is gewoon lekker. Overigens zijn die Homerische vergelijken heel eigenaardig. Ze hebben altijd de volgende vorm: "Zoals A--een heel verhaal over A--zo B." Dat hele verhaal in het midden kan eventueel vele zinnen lang zijn. Opvallend is dat al die vergelijkingen beelden uit de natuur, het herdersleven, het jagersleven of het boerenleven gebruiken. Daardoor zijn er twee lagen in de Ilias: expliciet is er het gevecht rondom Troje, maar impliciet wordt er steeds verwezen naar het leven dat al die helden hebben achtergelaten toen ze van huis weggingen. Een subtiel effect.

Ten derde zijn er dan alle aparte, verbazingwekkende en soms zelfs ontroerende scenes die tussen de gevechten zijn ingepast. (Tussen? Niet helemaal--in de laatste boeken wordt helemaal niet meer gevochten. Homeros eindigt dusdanig dat we zeker niet blijven zitten met het gevoel dat oorlog geweldig is!) Ik wil daar later apart op ingaan, maar het zijn die scenes die de Ilias transformeren in iets dat buiten de limieten van het heldenepos treedt, en ook buiten de limieten van de moraal van dat heldenepos.

Die moraal is het vierde punt--hij is werkelijk fascinerend, en ingewikkeld, en tegenstrijdig. Je moet niet denken dat de helden uit de Ilias een soort hoofse ridders zijn, want dat zijn ze niet. Er zijn bijvoorbeeld geen goede en kwade personages, hoogstens meer en minder dappere/sterke. Niemand is dus de "goede" ridder, en hoewel het iedereen erom gaat eer te verzamelen, verdien je die eer niet door dingen te doen die wij misschien als "goed" zien. Struikelt je vijand? Dan doorsteek je hem, en snoef je vervolgens luidruchtig. Valt je vijand op zijn knieën en smeekt hij om genade, volledig hulpeloos? Dan sla je met je zwaard zijn kop in twee stukken. Geen gezeur, geen ere-code in die zin van het woord. Nee, eer is dat wat je krijgt door sterke tegenstanders te doden, hun wapenrusting buit te maken, veel eergeschenken te krijgen van anderen, en vooral aan iedereen die het maar wil horen te laten weten hoe goed jij wel niet bent. En eer, dat willen ze allemaal! De grote motivator in de strijd is eer, en angst om een negatief oordeel van anderen.

De enige die uit dat denkkader stapt--afgezien van Homeros zelf, impliciet--is Achilles in de geweldige scene waarin men probeert hem met teruggave van zijn meisje, en nog veel meer eergeschenken, te bewegen zijn wrok te laten varen. Grotendeels heeft hij het over eer, en de smaad die hem is aangedaan. Maar dan zegt hij:

Thuis reeds bekroop mij vaak het verlangen een wettige vrouw te huwen, een mij passende echtgenote, en te genieten van het door de oude Peleus verworven bezit. Want niets weegt voor mij op tegen het leven, niet al de schatten, die, naar men zegt, het machtige Troje bezat, vroeger in vredestijd, vóór de komst van de Grieken, niet al wat in het rotsige Delphi de tempel van de booggod Phoibos Apollo achter zijn marmeren drempel bergt. Vee kan men roven en vette schapen, ketels verwerven en lichtbruine paarden, maar het leven van een mens keert niet terug, noch door roof, noch door koop, als het eenmaal de omheining der tanden ontvlood.

Met dat idee, dat leven meer waard is dan eer en krijgsbuit, kunnen de anderen niets--niemand reageert er dan ook op, en het verhaal gaat door alsof Achilles niet gezegd heeft. Maar hier kraakt het waardenstelsel van de Ilias; en het vanuit het oogpunt van dat waardenstelsel volslagen irrationele besluit van Achilles om te volharden in zijn wrok heeft dramatische gevolgen.

Dat maakt het boek spannend. Aan de ene kant een geweldig verteld heldenepos, vol avonturen; aan de andere kant heel zachtjes de twijfel, de vraagtekens, Homeros die rammelt aan zijn eigen bouwwerk en ons laat zien hoe gemakkelijk het zou kunnen instorten...