Lord Dunsany, "The Curse of the Wise Woman" (1933)

Dit is een boek over Ierland. Natuurlijk is het ook een boek over de rol van verbeelding en fantasie in een onttoverde wereld -- het is immers een boek van Lord Dunsany, en dat is zijn belangrijkste thema. Maar The Curse of the Wise Woman is bovenal een boek over Ierland; over het Ierse landschap, de Ierse mensen, de Ierse religie, het Ierse paganisme, de Ierse politiek, en over hoe dat Ierland dreigt te verdwijnen wanneer het land in de vaart der volkeren wordt meegesleurd. Wat uiteindelijk natuurlijk weer neerkomt op de vraag wat er gebeurt wanneer de wereld onttoverd wordt.

Het verhaal is simpel genoeg. De hoofdpersoon is een jongeman van een jaar of 16, Charles genaamd, die plotseling aan het hoofd van het familielandgoed komt te staan wanneer zijn vader wegens "politiek" moet vluchten voor een groep mannen die hem naar het leven staan. Hij gebruikt de zo verkregen vrijheid vooral om Eton te ontlopen en in plaats daarvan te gaan jagen, waarbij met name de onherbergzame "bog" een geliefde jaagplek wordt. Wat wil het geval echter: zijn vader heeft jaren geleden aan een Engels bedrijf de rechten verkocht om dat veen te ontginnen, denkend dat ze dat toch nooit zouden gaan doen, maar helaas, ze komen toch. Charles moet met lede ogen aanzien hoe de Ierse natuur ontheiligd wordt door grote machines. Maar langs de rand van het veen woont een oude vrouw die wellicht magische krachten heeft, en zij bereidt een vervloeking voor die het veen van de Engelsen zou moeten redden.

In de handen van een mindere schrijver zou het boek hebben gedraaid om industrie versus natuur, waarbij Engeland en alles waar Engeland voor staat tot de eerste pool behoort, en Ierland en alles waar Ierland voor staat tot de tweede. Een dergelijk simplistisch dualisme zou weinig interessant zijn geweest. Dunsany echter creëert een boeiender spanningsveld door naast industrie versus natuur en Engeland versus Ierland ook het onderscheid tussen christendom en paganisme, en dat tussen wetenschap en magie te introduceren, en ervoor te zorgen dat deze vier dualiteiten zich niet met elkaar laten vereenzelvigen. De thematische lading van het boek ligt in de combinaties die van deze elementen gevormd worden en de manieren waarop zij zich dan manifesteren.

Charles, de hoofdpersoon, is Iers. Hij begrijpt de Ieren, en kan met de Engelse jongens in Eton eigenlijk niet communiceren over wat er met hem in Ierland gebeurt. Ook is er voor hem geen enkele twijfel dat het veen, de Ierse natuur, waardevoller is dan de op economische baten gerichte industrie van de Engelsen. Hierin is hij een natuurlijke bondgenoot van de "wijze vrouw", Marlins moeder, die met haar hekserij zal proberen het veen tegen de Engelsen te beschermen. Maar in een ander opzicht staat hij mijlenver van haar af:

I knew the bog, and roughly where it went to -- that is to say, I believed in the maps; but Marlin and his mother had some other belief and some other knowledge, and their geopgraphy seemed to run so close to mine that I have often feared that almost at any moment theirs might float this way and mine drift out of sight, as easily as mist and clear air may change their places; and if that occurred I knew that one's chance of salvation was over. (pp. 27-28.)

Charles beweegt zich in het domein van wetenschappelijke kennis; maar Marlin en zijn moeder in dat van mythische of magische kennis. Hierin lijkt Charles precies op de rationele, economische Engelsen, en het is een onopgelost vraagstuk of iemand die gelooft in de kaarten tegelijkertijd het recht heeft om te geloven dat de vervloekingen van een wijze vrouw een halt kunnen toeroepen aan de industriële vooruitgang. Als bondgenoot van de wetenschap verschijnt in dit citaat het christendom: beide keren zich namelijk tegen de Ierse mythe van Tir-nan-Og, het eiland van de eeuwige jeugd dat ten westen van Ierland ligt en een verlokking is waar iedereen die hoopt in de Hemel te komen zich tegen moet weren. Tir-nan-Og staat niet op de kaart en Tir-nan-Og leidt tot verdoemenis. Wetenschap en christendom gaan hier een verbond aan, terwijl ze tegelijkertijd natuurlijk op gespannen voet leven. En dit leidt er ook toe dat Ierland zich tegen zichzelf keert, want het katholieke geloof, zo bepalend voor de identiteit van het eiland, verbindt zich met de Engelse industriëlen in een afkeer van de wilde natuur van het veen.

No one else would save [the bog]; not even the Blessed Saints would help me there, knowing well enough that it was along the edges of just such bogs as that, and indeed only there, that the heresy still survived that set men turning westward when they prayed, and thinking of youth and twilight instead of the joys of Heaven[.] (p. 146.)

Is het, zo vraagt Dunsany ons tussen de regels door, niet beter om in jeugd en schemering te geloven dan in de beloften van de Hemel? En is zulk geloof überhaupt nog mogelijk voor wie ook gelooft in kaarten? In The Curse of the Wise Woman geeft Dunsany ons een rijke uitwerking van de vraag hoeveel betovering wij nog kunnen scheppen in een wereld die we hebben onttoverd; en daarmee is het een waardige toevoeging aan zijn oeuvre.