M. John Harrison, "The Course of the Heart" (1992)

Vijf jaar geleden vond ik dit een geniaal boek. Nu ik het herlezen heb vind ik het wel nog goed, maar niet meer geniaal. Wat er mis is met The Course of the Heart is de constructie, die veel te losjes is en te veel aanvoelt alsof er verschillende korte verhalen aan elkaar zijn geplakt. (Dat is dan ook precies wat er gebeurd lijkt te zijn, want passages uit het boek zijn afzonderlijk gepubliceerd, in ieder geval als "The Quarry" en "The Great God Pan".) Natuurlijk wil Harrison in dit boek een gebrek aan narratieve logica en overkoepelende betekenis; dat gebrek, en onze zoektocht naar iets dat dat gebrek op kan heffen, is exact het thema. Maar een iets strakkere constructie had het boek beter gemaakt zonder het thema in gevaar te brengen.

Er valt echter genoeg te genieten in The Course of the Heart. De eerste zin van de proloog, die de titel "Pleroma" draagt, is als volgt:

When I was a tiny boy I often sat motionless in the garden, bathed in sunshine, hands flat on the rough brick of the garden path, waiting with a prolonged, almost painful expectation for whatever would happen, whatever event was contained by that moment, whatever revelation lay dormant in it. (p. 7.)

Hier hebben we meteen het belangrijkste thema van het boek te pakken: het idee dat er iets aanwezig is in de wereld, iets dat belangrijk is en de werkelijke betekenis van de gebeurtenissen bepaalt, maar dat zich niet toont -- misschien op het punt staat zich te tonen, misschien zich ooit heeft getoond, misschien zich nooit meer zal tonen, maar dat in ieder geval nu, op dit moment, voor ons niet toegankelijk is. Dit is niet het gebrek aan betekenis dat Camus beschrijft; het komt al meer in de buurt van de zoektocht van K in Das Schloss. Meer nog is het het gnostische inzicht dat wij geen deel hebben aan de pleroma, de volheid van god, een inzicht dat onze eigen wereld toont als de kenoma, de leegte, het gebrek. Het is de paradox van het missen: er mist iets in deze wereld, maar er kan alleen iets missen als datgene in zekere zin toch aanwezig is.

Komt Harrison met een gnostische kosmologie op de proppen? Ja en nee. De hoofdpersonen van The Course of the Heart -- de verteller, zijn vrienden Pam en Lucas, en de dubieuze goeroe Yaxley -- hebben ooit een magisch ritueel uitgevoerd om in contact te komen met de pleroma. Dat ritueel was in zekere zin een succes (er is iets gebeurd), maar vooral een groot falen: Pam en Lucas vooral hebben het idee dat ze iets belangrijks verloren hebben en er niets voor hebben teruggekregen. Wat hebben ze verloren? De antwoorden op dat soort vragen wordt nooit helemaal helder, zoals ook nooit helder wordt wat er nu eigenlijk gebeurd is tijdens het ritueel. Maar we kunnen het een en ander vermoeden. Op zijn minst hebben ze een volheid gezien die hen geen enkele troost geeft, maar in tegendeel enkel het gewone leven als een gebrek laat ervaren. De rest van het boek gaat vooral over hun pogingen hier op de een of andere manier mee om te gaan.

De belangrijkste poging is dat ze zelf een metafysica en een geschiedschrijving ontwikkelen om hun ervaring in te plaatsen, zodat deze betekenis krijgen en mogelijkerwijs tot een gnosis kunnen leiden -- want dat is natuurlijk het onverdraaglijke van de moderne spirituele conditie, dat het een gnosticisme is zonder de mogelijkheid van een gnosis! En dus komen ze met een verhaal over de wereld, de pleroma, en de "Coeur", een soort stad of toestand of wat dan ook die intervenieert tussen de wereld en de volheid, en ons soms in staat stelt met de pleroma in contact te komen; misschien zelfs, als we haar zouden kunnen betreden, om tot de pleroma terug te keren. Allerlei historische gebeurtenissen en teksten worden door hen opnieuw geïnterpreteerd of verzonnen om een verhaal te vertellen over hoe deze interactie in het verleden gestalte heeft gekregen; met daarachter altijd het vage idee, pas bevestigd in hun verhaal wanneer Pam bijna dood is, dat zijzelf de werkelijke erfgenamen van deze geschiedenis zijn.

Werkt het? Als troost misschien wel, maar de verteller, die er zelf niet in gelooft, begrijpt dat er aan die troost een keerzijde zit: wie gelooft dat er altijd nog een belangrijke openbaring moet komen, kan er nooit vrede mee hebben als het leven eindigt voordat die openbaring geweest is. Hij ziet de stervende Pam en weet:

Her glazed, taut expression was as much the result of determination as it was of fear, pain, the animal need to endure. Whatever Lucas had intended -- and I'm sure it was comfort -- he had ensured that her death would be as much of a struggle as her life. (p. 184.)

Want de openbaring komt natuurlijk niet, althans niet voor Pam:

At the very end, she wasn't anything at all. Whatever they had promised each other was a rag in the wind, the disease took it all away. (p. 184.)

Toch zijn er twee redenen waarom het project van Pam en Lucas, het zelf uitvinden van een gnosis, misschien toch geen mislukking is. Ten eerste komt er aan het einde van het boek wel degelijk een openbaring, al wordt het niet duidelijk wat de betekenis van die openbaring is. Ten tweede is het leven van de verteller, die niet meegaat in hun verhaal, ook maar een zinloze opeenvolging van gebeurtenissen. Het enige wat hem mens maakt is liefde, zijn weinig krachtige maar wel uiterst taaie liefde -- en aan het eind van het boek, een dankbaarheid voor die liefde. In die liefde zit misschien de enige betekenis die we kunnen vinden.

The Pleroma demands of us a passion for the world which, however distortedly, reflects it. (p. 21.)

Niet hij is gevallen die zondigt, maar hij die geen passie meer voelt, hij die leeg is.

The opposite of innocence is not irony but emptiness. (p. 154.)

Het is een mooi boek, lastig te begrijpen, misschien onmogelijk om in één gedachte te vatten. En overigens veel meer gefocust op de details van het dagelijks leven dan mijn bespreking ervan doet vermoeden.



Bibliografie: