(Disclaimer: voor mijn analyses van fictie en non-fictie claim ik een zeker niveau. Voor mijn analyses van muziek niet.)
Ik houd van metal. Dat betekent natuurlijk niet dat ik van alle metalplaten houd: ook hier geldt dat het meeste slecht is, en ik houd vooral van goede metal. (Een uitspraak die minder tautologisch is dan je op het eerste gezicht misschien zou denken.) Maar het betekent bovendien niet dat ik van alle subgenres van de metal houd. En hoog op de lijst van subgenres die ik niet waardeer staat power metal, en laat Sonata Arctica daar nu een vrij typische vertegenwoordiger van zijn.
Wat is het toch dat power metal zo erg maakt? Ik durf het niet precies te zeggen, maar misschien is het het goedkope effectbejag? Dat je emoties uitdrukt door hard te schreeuwen. Dat je continu spanning probeert op te bouwen door een snel loopje te laten eindigen in een paar lang aangehouden, zwaar aangezette noten. Dat je een climax in je nummer maakt door je quasi-poppy refreintje omhoog te moduleren -- iets waar ook Sonata Arctica zich meermaals aan bezondigt, en waarvan ik sterk de neiging krijg met mijn hoofd op de tafel te rammen. Maar dat kan niet het hele verhaal zijn, en ik sluit niet uit dat er ook puur subjectieve factoren komen kijken bij mijn appreciatie van deze muziek.
Dat gezegd hebbende, kan ik nu vertellen dat Reckoning Night nog best aardig is. Het blijft power metal: de obligate stoere mannelijke koren, de zanger die probeert om altijd net iets te hoog heel mannelijk te zijn, het gebrek aan de rauwheid die normaliter metal-bombast verdragelijk maakt -- maar het is hier allemaal een stuk minder storend aanwezig dan ik gewend ben. Het sluitstuk Shamandalie is zelfs bijna subtiel, hoewel de zang een heel stuk introspectiever had gemoeten om met de tekst in overeenstemming te zijn.
De teksten zijn ook een stuk minder slecht dan ik had verwacht: hier goddank geen Hammerfall-achtige onzin over sterke kerels met grote zwaarden, maar teksten die vooral over liefde en de mislukking daarvan lijken te gaan. De plaat begint met heel duidelijk stellen dat liefde slecht en vernietigend is, om tot een lokaal hoogtepunt te komen met de wraakfantasie Don't say a word, wellicht het beste nummer op de CD (al zit er een modulatie omhoog in als climax). Tekstueel zitten we hier dicht tegen zwarte en gothische thema's aan, en alleen dat al helpt de muziek net die ruwe, lastige kant te geven die noodzakelijk is wil metal niet tot kitsch vervallen. Vervolgens krijgen we een bizar sprookje, The boy who wished to be a real puppet, waarvan de conclusie lijkt te zijn dat je niet moet proberen je leven in iemand anders handen te leggen. Dat past nog vrij goed bij het eerdere thema. Maar in de tweede helft van de CD gaan we langzaam naar een meer positieve conclusie toe: het matige Wildfire is weliswaar nog een nieuwe (maar erg abstracte) wraakfantasie, met White Pearl, Black Ocean hebben we een tragische liefdesgeschiedenis te pakken, en in Shamandalie lijkt de verteller toe te geven dat hij in zijn eerdere uitingen niet volwassen genoeg was. "You saw us always clearer than me", zingt hij, en ik denk dat hij daar "I" bedoelt in plaats van "me".
Laat ik het zo zeggen: een fan ben ik niet geworden, en ik verwacht ook niet dat ooit te zijn. Maar vervelend vind ik deze muziek ook niet, en er zijn zelfs leuke momenten. (Er zijn ook erge momenten. De koren. De modulaties.) En het schijnt dat ze later meer de progressieve kant op zijn gegaan? Dat zou nog wel eens leuk kunnen zijn.