Ursula K. Le Guin, "The Language of the Night" (1979)

The Language of the Night is een verzameling essays, lezingen en voorwoorden van Ursula K. Le Guin, bekend als de schrijfster van A Wizard of Earthsea (1968), The Left Hand of Darkness (1969) en The Dispossessed (1974). Alle stukken in deze bundel gaan over fantasy en science fiction -- ik weet dat de officiële Nederlandse spelling "sciencefiction" is, maar er zijn grenzen -- en meer in het algemeen over de aard en waarde van literatuur.

Het interessantst zijn de essays in de afdeling "On Fantasy and Science Fiction". In Why Are Americans Afraid of Dragons? vraagt Le Guin zich af waarom zoveel mensen zo negatief, vijandig zelfs, tegenover fantastische literatuur staan. Fantasy zou puur escapisme zijn, verhaaltjes die niets met de werkelijkheid te maken hebben en waar je dus niets aan hebt. Le Guin wijst erop dat, ten eerste, escapisme niet bestaat uit het laten werken van de verbeelding, maar uit het herkauwen van steeds dezelfde geruststellende verhaalideeën. Het escapisme van onze tijd is het "fake realism" van de thriller, het detectiveverhaal, de goedkope romantiek, de pornografie. (Je zou overigens gemakkelijk vol kunnen houden dat veel fantasy sinds de tijd dat dit essay geschreven was zich hier perfect bij heeft aangesloten: de goedkope Tolkienklonen.) Ten tweede, dat het in leven houden en stimuleren van de verbeelding een essentiële taak van de literatuur is, iets dat we niet op kunnen geven zonder een deel van ons menszijn op te geven. Ze vat het essay zelf mooi samen:

For fantasy is true, of course. It isn’t factual, but it is true. Children know that. Adults know it too, and that is precisely why many of them are afraid of fantasy. They know that its truth challenges, even threatens, all that is false, all that is phony, unnecessary, and trivial in the life they have let themselves be forced into living. They are afraid of dragons, because they are afraid of freedom. (p. 34.)

Maar waarom dan draken? Het hoeven natuurlijk niet precies draken te zijn, maar Le Guin introduceert in enkele essays een Jungiaanse terminologie om te spreken over wat we vinden wanneer we diep in onszelf afdalen: mythen en archetypen, die bijvoorbeeld de vorm van draken kunnen aannemen. Ook het Jungiaanse idee van de Schaduw, een personage dat de onderdrukte delen van onszelf representeert, wordt door haar omarmd. De taak van de schrijver is voor Le Guin in eerste instantie om in zichzelf te leren kijken, en om vervolgens wat hij daar vindt om te zetten -- altijd imperfect -- in verhalen waarin de menselijke ervaring centraal staat. De lezer die deze verhalen leest kan vervolgens zichzelf ontdekken. Dit geldt net zo goed voor de realistische roman als voor fantasy en science fiction. Het specifieke aan fantasy is dat vrijheid en verbeelding een grotere plaats krijgen dan normaal, waardoor de schrijver dichter bij poëzie, mystiek en waanzin komt dan in realistische literatuur. Het specifieke aan science fiction is dat het probeert om de mogelijkheden die door de wetenschap denkbaar zijn gemaakt te doordenken en te vullen met menselijke betekenis, een belangrijke taak in een wereld die steeds meer door wetenschap wordt beïnvloed.

Le Guin maakt een interessant onderscheid tussen "mythe" en "submythe": submythes zijn "those images, figures, and motifs which have no religious or moral resonance and no intellectual or aesthetic value, but which are vigorously alive and powerful, so that they cannot be dismissed as mere stereotypes". De slimme detective, de superheld, gestoorde wetenschappers, enzovoorts, zijn submythes. Ze hebben geen artistieke waarde, maar wel een bepaalde aantrekkingskracht. Het zijn veelgebruikte bouwstenen van de genreliteratuur. Maar de echte schrijver mag er geen genoegen mee nemen, en moet op zoek naar ware mythologie:

True myth may serve for thousands of years as an inexhaustible source of intellectual speculation, religious joy, ethical inquiry and artistic renewal. The real myth is not destroyed by reason. The fake one is. You look at it and it vanishes. You look at the Blond Hero -- really look -- and he turns into a gerbil. But you look at Apollo, and he looks back at you.

The poet Rilke looked at a statue of Apollo about fifty years ago, and Apollo spoke to him. 'You must change your life,' he said.

When the genuine myth rises into consciousness, that is always its message. You must change your life. (pp. 67-68.)

(Link naar het gedicht van Rilke.) We proeven hier de boodschap die Le Guin door het hele boek heen uitdraagt: echte literatuur, of het nu realistisch, fantasy of SF is, is moeilijk. Niet per se moeilijk in de zin dat het lastig is om te lezen. Maar moeilijk in de zin dat de schrijver werkelijk zichzelf moet leren kennen, wat lastig en pijnlijk is; en dat wat hij de lezer geeft nooit geruststellend en gemakkelijk te assimileren is. De boodschap van alle goede literatuur is: Du mußt dein Leben ändern. Schrijvers die puur schrijven om snel te cashen, en lezers die daar genoegen mee nemen, krijgen het in deze bundel zwaar te verduren.

Zo ook in het bekende essay From Elfland to Poughkeepsie, waar mensen die escapistische fantasy lezen worden vergeleken met mensen die met een camper vol van alle moderne luxe een national park intrekken: ze maken wel een reis, maar blijven volledig in hun eigen wereld opgesloten. Wat fantasy nodig heeft is "distancing", afstand en vreemdheid, wat Le Guin specifiek demonstreert aan de hand van stijl.

In Science Fiction and Mrs. Brown vraagt Le Guin zich af of science fiction moet proberen om in de traditie van de roman te passen, waarbij deze laatste wordt begrepen aan de hand van Virginia Woolfs Mrs. Brown: de "old lady in the corner", het simpele, gewone, maar bovenal menselijke personage waar elke roman om draait. Le Guin antwoordt bevestigend, en bespreekt ook SF die al in deze traditie staat. Het tegenovergestelde idee, namelijk dat de tijd van de roman voorbij is en SF tot een nieuwe traditie behoort, komt aan het woord en wordt dan afgeserveerd. Maar wat jammer is, is dat dit tegenovergestelde idee alleen maar aan het woord komt in de vorm van een alternatief waarin "harde feiten" en "wetten" in de plaats komen van menselijke karakters; waarin fictie wordt ontdaan van het menselijke. En dat is natuurlijk iets om af te serveren. Maar er is ook literatuur die wel menselijk is, maar niet tot de traditie van de roman behoort, en dat is een traditie waar vooral fantasy maar ook SF vrij natuurlijk toe lijken te behoren. Het is een traditie die onder andere gevormd wordt door zulke fantasyklassiekers als De Odyssee, Orlando Furioso, Paradise Lost en Faust. Over deze, serieuze, alternatieven voor de roman hadden we graag meer gehoord.

Ook de rest van de bundel bevat mooi passages. Le Guin schrijft altijd helder, logisch, beeldend en grappig, en is zonder meer een plezier om te lezen. Science fiction moet niet begrepen worden als een toekomstvoorspelling, zegt ze, en schrijft:

Prediction is the business of prophets, clairvoyants, and futurologists. It is not the business of novelists. A novelist's business is lying. [...] The only truth I can understand or epxress is, logically defined, a lie. Psychologically defined, a symbol. Aesthetically defined, a metaphor. (p.. 146-148.)

Maar deze leugens zijn juist een expressie van de waarheid die, zoals eerder gezegd, van binnen gevonden moet worden. het gaat hierbij niet om feiten die extern vastgesteld kunnen worden. Het gaat erom wat je in jezelf vindt. Dit maakt schrijven solitair en eenzaam, maar zorgt er ook voor dat er geen externe criteria voor goede literatuur zijn.

See, the thing is, as a writer you are free. You are about the freest person that ever was. Your freedom is what you have bought with your solitude, your loneliness. (p. 190.)

In de laatste twee essays (The Stalin in the Soul en The Stone Ax and the Muskoxen) gaat Le Guin nog in op de sociale of persoonlijke verleidingen die ons er toe kunnen brengen deze vrijheid niet aan te gaan; der verleiding, bijvoorbeeld, om te schrijven wat lekker verkoopt. Wat willen uitgevers graag?

Genuine newness, genuine originality, is suspect. Unless it's something familiar rewarmed, or something experimental in form but clearly trivial or cynical in content, it is unsafe. And it must be safe. It mustn't hurt the consumer. It mustn't change the consumer. (p. 206.)

Als geheel is The Language of the Night een pleidooi om nooit voor veiligheid te kiezen in de literatuur, en om fantasy en SF serieus te nemen als vormen van onveilige literatuur.