Wie is Ferdynand LeFebvre?

Ik las een aantal recensies van Clausewitz, een recente roman van Joost de Vries. Verschillende hiervan gaan in op het wel of niet bestaan van een schrijver die in dit boek centraal staat, ene Ferdynand LeFebvre. Zo schrijft 8weekly:

Bij lezing van de roman Clausewitz van Joost de Vries komt er een moment dat je je niet langer kunt bedwingen en je op Google de zoekwoorden 'Ferdynand Lefebvre' intikt.

Zo ook de VPRO:

Wie is Ferdynand LeFebvre? Als ik hier internet had, zou ik het meteen hebben opgezocht.

Nu heb ik het boek (nog?) niet gelezen, maar ik denk dat ik wel weet wie Ferdynand LeFebvre is. Hij is een grap, en nog best een leuke ook, waarvan het jammer zou zijn deze onopgemerkt te laten gaan. Grappen worden er natuurlijk nooit beter van wanneer je ze uitlegt, maar hopelijk kan het mij ditmaal vergeven worden.

Laat ons Derrida openslaan, Of Grammatology, pagina 41, waar De Saussure wordt geciteerd:

But the tyranny of writing goes even further. By imposing itself upon the masses, spelling influences and modifies language. ... such mistakes are really pathological. ... For instance, there were two spellings for the surname Lefèvre (from latin faber), one popular and simple, the other learned and etymological: Lefèvre and Lefèbvre. Because v en u were not kept apart in the old system of writing, Lefèbvre was read as Lefébure, with a b that never really existed and a u that was the result of ambiguity. Now, the latter form is actually pronounced.

De Saussure is hier helemaal niet blij mee. Hij vindt het een pervertering van de taal, "deformations [that] ... do not stem from [language's] natural functioning" (p. 42), abnormaliteiten die door linguïsten in quarantaine gehouden moeten worden. Voor Derrida is dit een punt om De Saussure aan te vallen op het feit dat hij het schrift ziet als een bron van pervertering van het gesproken woord. "Where is the evil?", vraagt hij retorisch. "Why should the mother tongue be protected from the operation of writing? Why determine that operation as a violence, and why should the transformation be only a deformation?" (p. 41.) "[A]fter all Lefébure is not a bad name and we can love this play". (p. 42.)

De achternaam LeFebvre is dus bij De Saussure en Derrida een centraal voorbeeld als het gaat om de relatie tussen het gesproken en het geschreven woord, en dat is voor Derrida vooral de vraag of het schrift gezien moet worden als een externe macht die de levende taal geweld aan doet. Om de link tussen zijn boek (waar, neem ik aan, taal op de een of andere manier een belangrijke rol in speelt) en deze discussie te verhelderen, kiest De Vries niet alleen de achternaam Lefebvre, maar neemt hij daarbij de voornaam van De Saussure, Ferdinand.

Maar waarom dan Ferdynand in plaats van Ferdinand? Om de link met Derrida nog even te verstevigen, want zodra we de voorgaande gevolgtrekking hebben doorgaan zal het ons niet moeilijk vallen om in de (voor de uitspraak irrelevante) transformatie Ferdinand -> Ferdynand een analogie te herkennen van Derrida's meest beroemde neologisme, namelijk de (voor de uitspraak irrelevante) transformatie différence -> différance. Die weer precies te maken heeft met de relatie tussen gesproken en geschreven taal. Een leuke grap dus, die naam "Ferdynand LeFebvre", en haast op zich al een argument om het boek te lezen.

Ik was van plan om Joost de Vries eerst te mailen met de vraag of mijn analyse klopt, maar ik kan geen website en geen mailadres van hem vinden. Als iemand weet hoe ik met hem in contact kan komen, stuur me even een mailtje; mijn adres vindt je linksonder achter de link "Contact".