Zaterdag reden we om 9:30 weg van huis richting de Vogezen. Nog nooit gelukt, denk ik, zo vroeg weg zijn. Maar dit was dan ook de eerste keer dat we zo ver gingen zonder overnachting op de heenweg, dus we moesten wel. Veel al van tevoren ingepakt, wekker om zes uur gezet, en geknald. Vaak wordt het door de stress en zo nog enigszins ongezellig op de ochtend van het vertrek, maar dit keer niet. Prima allemaal.
De reis verliep goed. Een beetje file — nou ja, als we niet nog net op tijd van de afrit gebruik hadden gemaakt, hadden we heel lang stil kunnen staan, want hulpdiensten hadden de snelwegbaan helemaal afgezet — maar op zo’n afstand mocht het niet echt naam hebben. We werden dit keer niet via Saarbrücken gestuurd, maar langer door Duitsland, via Koblenz en Mannheim, en dan langs de oostgrens van het Paltserwoud. Rond 18:30 kwamen we aan in Rimbach, bij het huisje waar we al twee keer eerder geweest zijn. “Alles is hetzelfde,” zei de eigenaresse. Maar dat was niet waar, want het felblauwe kleed waarvan je weken laten nog draden aan je sokken vond, als je al lang weer in Nederland was, was vervangen door een saai grijs exemplaar!
Gisteren, zondag dus, zei Amber tegen mij: “Papa, vandaag gaan we de Grand Ballon beklimmen.” Dat hoef je geen twee keer te zeggen tegen mij. Eigenlijk wilde Alec ook mee, maar Amber wilde graag alleen me mij, dus ik heb met Alec afgesproken dat hij ook een dag alleen met mij mag. Ik snap dat wel van Amber, en Alec heeft trouwens ook regelmatig gehad dat hij met mij wilde wandelen zonder Amber erbij. De dynamiek is natuurlijk toch anders.
Hester bracht ons naar het eind van de autoweg in het dal, bij de Glashütte. Via de Col de Judenhut gingen we naar boven, de weg die ik al vaker heb gelopen. Vorig jaar ben ik met Amber vanuit ons huisje naar boven gegaan, dan kom je ook via die Col (maar niet bij de Glashütte). Maar toen zijn we boven opgehaald door Hester met de auto; dit keer wilden we zelf heen en terug. Dat maakt nogal wat uit voor degene die met de auto rijdt. Naar de Glashütte is het acht minuten rijden. Naar het restaurant in de buurt van de top van Grand Ballon, maar een paar kilometer verder, is het zesendertig minuten, en dat via verschrikkelijke haarspeldbochten. Je kan in ons dal namelijk niet verder dan de Glashütte, en om met de auto naar de Grand Ballon te komen moet je immens omrijden.
Het wandelen ging heel erg goed. Ik was een beetje bang dat Amber misschien last zou krijgen van haar gloednieuwe wandelschoenen, maar helemaal niet. We hadden het gezellig samen. Ze wilde heel veel verhaaltjes met mij vertellen — onder andere over een leeuw die een leeuwin moest redden van een mens met een slachtmachine, over een kuiken dat zijn moeder kwijt was en bijna werd verslonden door een vos, over een varkentje dat gepest werd op school — en de tijd ging snel voorbij. In de buurt van de top bleek hier en daar zelfs nog wat sneeuw te liggen, dat was onverwacht en cool. Met enige moeite wist ik een foto te maken waarop het net leek of Amber helemaal door sneeuw omringd was, wat verbaasde uitroepen bij het thuisfront genereerde. Via het restaurant liepen we naar de top, toen terug naar het restaurant voor een tweede plaspauze, en daarna naar beneden via een weg die over de skipistes liep. Daar was ik nog nooit geweest, en dat was toch ook wel heel aardig. Topwandeling, 650 meter omhoog en weer omlaag, afstand een kilometer of 10, perfect gelopen door Amber.
Vandaag in de ochtend met zijn vieren naar de supermarkt in Issenheim gegaan om inkopen te doen. Ik wist zelfs bij een apotheek een spray tegen teken op de kop te tikken die in Nederland niet verkocht wordt. Nu heb ik (a) goede kleding, (b) het totale fashion disaster van sokken over mijn broek, (c) kleding die met gif is ingesprayed, (d) ikzelf die met deet ben ingesmeerd, en (e) gevaccineerd tegen tekenencephalitis. Als ik nu nog dood ga door een teek, dan heeft God het zo gewild, en daar helpt natuurlijk geen spray tegen.
In de middag met Alec over de heuvelkam naar Murbach gelopen, waar hij een kaarsje wilde aansteken in de kerk. Niet dat hij zo van Jezus houdt, maar hij houdt wel van vuur. En weer terug natuurlijk, wat een stevige en vooral steile klim is. Toch wel bijna 300 meter omhoog, steiler dan de beklimming van de Grand Ballon denk ik zo. Ook weer mooi.
Vanavond zouden we in het dorp naar de Italiaan gaan, maar die was onverwacht dicht. Dus zijn we maar naar een Italiaan in Soultz gegaan. Van buiten leek het niets, maar het bleek prima te zijn. Bella Isola — mooi eiland, denk ik.